Als God de geest wekt, dan…..?!

 

Wat is het heerlijk om met een mooi boek onderuitgezakt te zitten. Eventjes wegzweven naar onbekende oorden. En dan helemaal verzonken gaan je gedachten mee en ga je volledig op in het verhaal. Best schrikken, als je dan opeens geroepen wordt voor het eten bijvoorbeeld. Maar wat als God je geest wekt?

Wat er dan gebeurt las ik in het Bijbelboek Ezra. Een verhaal, dat je niet zomaar vergeet.

Hoe bijzonder je boek ook is en ook al word je volledig meegenomen in het verhaal, toch zijn we het vaak weer gauw vergeten. Zo gaan we weer op in een nieuw boek.

In het boek Ezra gaat over de terugkeer van de ballingen, die naar Babylonië weggevoerd waren en over een machtige koning van Perzië genaamd Kores.

Het boek begint als volgt: ‘De Here wekte de geest van Kores op.’ Een wel heel bijzonder begin van een indrukwekkend verhaal.  Vervolgens verkondigt deze heidense koning aan iedereen die het maar horen wil, dat het de Here is, die hem alle koninkrijken van de aarde heeft gegeven. Dat die hem heeft opgedragen om het huis van die Here te herbouwen in Jeruzalem! Die Here is de God van Israël en Hij woont in Jeruzalem.

Een bijzonder verhaal, omdat je zou zeggen dat deze koning het al goed voor elkaar had. Een mooi legertje gevangen voor deze koning, die Joden en zo. Daar komt nog eens bij, dat er ook een-niet-onbelangrijke grote schat aan goud en zilver was buitgemaakt, die in bezit was van deze koning. Maar nee, dat ene zinnetje verandert alles.

‘ De Here wekte de geest van Kores op..’

En dan begint het. Iedereen die ook maar op enige manier deel uitmaakt van zijn volk, mag vertrekken om mee te bouwen aan het huis van de Here, de God van Israël. God zij met hen. En wie niet gaat, moet ervoor zorgen dat het de vertrekkende mensen aan niets ontbreekt. Zilver, goud, haver, vee, alles wat nodig is, moet deze bouwers onderkend worden. Het lijkt te mooi om waar te zijn. Jaren van ballingschap en dan nu opeens vrij. En dan ook nog eens mogen bouwen aan de meest bijzondere plaats in het bestaan van het volk van Israël.

En inderdaad de koning geeft alle schatten terug. De schatten, die geroofd waren uit de tempel toen het volk van Israël in ballingschap werd weggevoerd. Wat daarnaast opvalt is de precieze beschrijving van wie erop pad gingen, 42360 welgeteld. Zangers, zangeressen; 200. Slaven en slavinnen 123600. Paarden 736 etc. Zo trokken ze op naar Israël. Toen de 7e maand aanbrak verzamelden ze zich als één man te Jeruzalem en kon de bouw beginnen. Het lijkt inderdaad te mooi om waar te zijn. Dat was het ook wel een beetje.

Al heel gauw kreeg het volk van Israël te maken met tegenstanders. Lieden die op allerlei manieren wilden proberen om het werk te saboteren. Ook werd er invloed uitgeoefend door middel van het schrijven van brieven aan omringende koningen, zodat er maar gestopt zou worden met het bouwen van het huis voor God.

Het gaat heel ver!

Zover dat de stadhouder van het gebied over de rivier een brief schrijft naar Koning Darius, de opvolger van koning Kores. Met daarin de vraag; “wie heeft er eigenlijk opdracht gegeven om Jeruzalem te herbouwen en die tempel?”  Hij krijgt als antwoord: “Zo is het bepaald door Koning Kores en zo gebeurt het. En jij moet nu ook bijdragen aan de bouw.”  Wat een gebeurtenissen naar aanleiding van dat ene zinnetje ‘De Here wekte de geest van Kores op.’

En toen de tempel klaar was werd het allereerste feest gevierd. Het feest dat we nu nog kennen als Pascha. Het feest ter ere van God, dé God die heeft bevrijd. God die heeft uitgeleid. En deze God, die dat mogelijk heeft gemaakt, de tempel te herbouwen. Deze God willen wij eren door hem te danken en te herdenken hoe Zijn machtige hand ons uit Egypte heeft geleid.

Je zou je af kunnen vragen, dat was mooi, maar wat hebben wij daar vandaag nou nog aan?

Ik geloof dat we door deze geschiedenis mogen zien, dat God het hele wereldgebeuren wel degelijk in Zijn hand heeft. Geen koning, geen heerser, geen president of wie ook heeft het laatste woord. Maar God alleen!!

Ook wij leven in een roerige tijd. Corona heeft heel veel in de war gestuurd. Mensen voelen zich gevangen en beperkt. Hoe is dat bij ons? Ja, ik weet het, we zijn wel in deze wereld maar, we zijn niet van deze wereld. Wij mogen weten dat we zonen en dochters van de grootste levende God zijn. En dat wil wat zeggen. God is niet veranderd of misschien toch, maar dan ten goede. Want wat het volk van Israël nog niet had, hebben wij wel: Jezus.

God heeft ons Zijn Zoon gegeven, de Zoon die het voor ons volbracht heeft op Golgotha. En dat wil wat zeggen. De Zoon die ons opgeroepen heeft om te herbouwen in deze wereld. Dat is onze opdracht. En wat eromheen gebeurt, laat dat maar aan Hem over. Hij heeft beloofd: ‘Zie ik zal alle dingen nieuw maken.’ En wat die God belooft, dat gebeurt.

Het is bijna december, de maand waarin wij vieren, dat God Zijn Zoon in deze wereld heeft gegeven om mensen zalig (gelukkig) te maken en te leren geven. Laten wij bij de bouw van Zijn Koninkrijk beginnen, net als het volk van Israël, om voor Hem het feest te vieren. Te herdenken en Hem daarin te eren: hoe God Zijn Zoon voor ons in deze wereld heeft gegeven. En de rest? Laten we dat aan Hem overlaten.

 

Dan zal de vrede van God jouw hart vervullen.

– Tiemen Weerstand –